Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de natte wind zijn volle voorhoofd als met koele, fijngepunte naaldjes prikkelde, sloot hij de oogen. Het scheen hem een oogenblik, dat de zee voortspoelde over de duinen en dat er overal zee was, boven hem gelijk beneden en dat hij zich moest overgeven — wat hij gewillig deed.

De begoocheling duurde slechts even; Herman was rustig van den heuvel gedaald, en Frans, aangegrepen door een zucht om jong te zijn, om te doen als toen hij, kind nog, met zijn moeder buiten de stad wandelde en over de bermen rende of op de zandhoopcn van den waterstaat dartelde, sprong in drie groote stappen naar beneden en viel bijna tegen zijn vriend aan, die verbaasd-lachend omkeek. Frans lette daar niet op en, zijn arm in dien van Herman stekend, trok hij hem mee naar de zee en zei met iets van dat zoetvleiende, dat jonge meisjes in haar stem kunnen leggen:

— Wat zijn wij beiden ineens intiem geworden; dat doet me plezier. En jou?

Herman vond zulke manieren zot; hij was er de man niet naar om ingenomen te wezen met zooveel oppervlakkigheid, en hoewel hij eenig medelijden voelde met den rijkaard, die zóó weinig meester was van zichzelf, die zóó groote behoefte had aan het eenige, dat hem tegenwoordig ontbrak, vertroeteling, kwam zijn kort antwoord: — Zeker!. .. er bijna ironisch uit. Het strand was mooi. Uit het doffe lood van Een Huwelijk. 5

Sluiten