Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heengegaan; Annie was er. De mededeeling van dit laatste feit, van morgen aan 't ontbijt, is de eenige onaangenaamheid, die Papa zich tot nu tegenover me heeft veroorloofd.

Ik ben dus alleen met mijn gevoelens en gedachten en ik kan ze ontleden en weer ontleden — liefhebberij, waarvan ik altijd misbruik maak. Dingen, die er nog heel aardig uitzien, als men ze in hun geheel bekijkt, worden nietig, dwaasleelijk, als men ze uiteenneemt. Zóó de schedel met schroefjes op mijn boekenkast ; — zóó mijne liefde.

Je bent wel goed, dat je oor en oog hebt voor deze analyse: bij gelegenheid tot wederdienst bereid ....

Ik voel meer en meer, dat ik dit meisje niet hebben kan, niet hebben mag.

„Dass du ein unglückselig Doppelwesen,"

zegt de Koningin-Moeder in Hans Heiling tot haren zoon. Helaas, ik heb geen moeder meer, om het me te zeggen; ik kan niet, als de berggeestenprins, nu „het hart mij breekt" terugkeeren tot haar; maar nu ik zelf me den spiegel heb voorgehouden, ken ik mij des te beter. Ook ik ben Doppelwesen, in alles, in karakter, zelfs in stand: door geboorte. Slechts voor de helft — maar niet, als Heiling, voor de mindere — hoor ik in Annie's kringen thuis .... ik bid je, val me niet in de rede. Ik weet, dat

Sluiten