Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jij anders over deze kwesties van stand denkt (althans, anders er over theoretiseert), maar ik denk er nu eenmaal zoo over. „Doch er is meer," zooals ik zeggen zou, indien ik, in plaats van dwaze brieven aan jou te schrijven, mijn plicht deed — naar papa's opvatting — en tegenover eenige rechtbanktoga's recht poogde te maken, wat krom is.

Annie staat door geboorte te hoog voor me; zij daalt, door me te nemen, tot mij af — en dit denkbeeld kan ik niet verdragen. En aan den anderen kant.... ik wil mijzelven niet verhoogen; ik twijfel zóó vaak aan mijn intelligentie, dat ik deze niet in de weegschaal durf leggen; maar zoo ik actief al niet hooger sta, het passieve der banaliteit kan ik ook niet verdragen. „Als je de gewone vrouwen zóó beschouwt, trouw dan een blauwkous," zou nicht De Loever waarschijnlijk zeggen, als ze me nu hoorde.

Maar de spot, ernstig genomen, zou wel eenigszins uitdrukken, wat ik heb gevoeld, toen ik Annie, voorwerp van Grefcfcen-droomerijen, terugvond in een salon, en aan een diner, en weer aan een diner, en weer in een salon.... Niet alleen mijn wensch naar intelligentie, maar zelfs mijn behoefte aan een gevoelsleven, wordt bij zulk een wufte alledaagschheid onmogelijk. „Ein Kobold," noemde Konrad Heiling en talrijk zijn de saletlui, die mij geen haar beter achten. Het ware mij onverschillig, indien ik

Sluiten