Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze is in den kost bij de familie Land, goedhartige menschen, die zelf alleen een veertienjarigen zoon hebben en haar als eigen dochter behandelen. Op school mag men haar gaarne lijden, met hare leerlingen kan ze gemakkelijk overweg en behalve de onregelmatige Fransche werkwoorden en de moeite om rond te komen met haar kleedgeld, kwelt haar eigenlijk niets in haar eenvoudig bestaan dan de driewekelijksche of minstens maandelijksche verplichting van een bezoek aan freule Van Zwachtelen. Zij kent de freule maar heel weinig, doch deze weet alles precies van haar en vraagt trouwens naar wat ze niet mocht weten, De Van Zwachtelens bezitten een landgoed op een uur afstands van Hélène's geboortestad — nu woont er een neef van de oude freule — en hebben altijd omgang gehouden met de familie Koning en met de dominees, maar ook met niemand anders. Hélène's moe heeft nooit bijzonder in de gunst gedeeld, maar tante Jo, tante Daalders, logeerde vroeger elk jaar op Berkenstein en komt nu nog dikwijls bij de freule. Vandaar de belaagstelling in Hélène, die eens bij de freule heeft gegeten en op een anderen Zondag in de equipage is medegenomen naar de prijsuitdeeling op een zondagsschool voor arme kinderen. De freule zegt telkens, dat zij zich toch zoo zou verheugen en het zoo aardig zou vinden, indien Leentje een betrekking kon vinden aan een christelijke school.

Sluiten