Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geld waard was, maar naar het scheen het dubbele had gekost.

Frans, slechts ten deele in het gesprek in, vond een zoete vergoeding in het betoog, dat dergelijke passietjes niet verwonderen kunnen bij mannen, die zich van den grootsten en meest menschelijken aller hartstochten onthouden moeten.

Juist was men genaderd aan twee heuveltjes, waartusschen de door het gezelschap gevolgde beek doorliep. Over de beek was tot verbinding der heuvels een boven alle sparboomen reikende brug van grillig-ruwe spartakken geslagen, de Duivelsbrug, zooals Frans meedeelde — een onverwacht gevaarte, dat gemakkelijker begaanbaar bleek gemaakt door planken met trapsgewijs geplaatste latten. Eerst hielp Frans mevrouw Land in het bestijgen van den heuvel, en Gustaaf, lompe botterik, trachtte aardig te zijn door Hélène in de lendenen te vatten om haar voort te duwen. Aan het begin der brug echter bleef moeder Land een oogenblik uitrusten op een bank. Nu kwam Frans op Hélène af en — de stemming was er naar — met een:

,Reich mir die Hand, mein Leben"

bood hij het alweer lichtblozende meisje buigend de hand. Alle zinspeling in de aardigheid ging verloren onder het lastige van het loopen op die latjes. Even wierp Frans een teederen

Sluiten