Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer hij was aangedaan. Ook hij ontroerde: wat te drommel mocht Frans toch bezielen? Hoe stonden de zaken? Zijn jongen had toch geen blauwtje geloopen?

— Hoor eens, Frans, ik heb nooit getracht achter je geheimen te komen. Maar ik zeg het je ronduit: ik geloofde, dat je van Annie hieldt. En laat me er bijvoegen, dat ik het hoopte. Het is trouwens geen wensch van vandaag of gisteren; je goeie moeder hoopte ook op dat huwelijk. En de groote wrevel, waarmee je me telkens wegstuurt, als ik het maar even waag erop te zinspelen, bewijst, dat het denkbeeld er aan je toch niet heelemaal vreemd is. Anders zou je je er niet zóó boos over maken. Is het nu zóó erg, dat je oude vader in zulke dingen belang stelt? Ik weet wel, mijn jongen, dat je nooit met mij die intimiteit gehad of gewenscht hebt, die tusschen een vader en zijn zoon zou kunnen en.... vergun me.... zou moeten bestaan, en ik verzeker je, dat als er in mijn leven, dat jou misschien heel kleurig schijnt, volkomen zooals ik het naar je meening wensch, maar waarin ik heel veel dingen anders zou begeerd hebben, als er in mijn leven iets is geweest, waaronder ik heb geleden, dan is het wel de verwijdering, waarin jij altijd van mij bent geweest. O, ik maak je er geen verwijt van en ik vraag ook geen genegenheid, die niet op commando kan komen, maar is het nu aan den anderen kant zóó vreeselijk erg, wan-

Sluiten