Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij was even te voren van de piano opgestaan en ontving de complimentjes der glimmende, mooie heeren — meest allen goede bekenden van Frans, evenzeer als van haar. Doch het was hem, als stond hij in een geheel vreemde wereld — als had hij al die heeren nooit gezien — als zag hij Annie alleen, maar kon hij haar niet naderen!

Toch drukte zij hem vriendelijk de hand. Maar haar verwonderde toon gaf niet alleen van bevreemding blijk. Hij hoorde er in, dat hij dood voor haar was, dat zij hem een zonderling vond, in wien zij geen belang meer stelde.

— Je hebt veel gemist, Koene, zei Van Leunssen, ook al een wijnkooper; als je een half uurtje vroeger was gekomen, hadt je mooie muziek kunnen hooren.

— Plaaggeest! riep Annie, en de toon getuigde, hoeveel beter ze op haar gemak was met den mooi gekapten vleier dan met haar vroegere vriendje.

Frans voelde dat zwaar, doch het deed hem geen leed: Annie was van hem vervreemd, als behoorend tot een wereld, die hem ten allen tijde vreemd zou blijven. Maar het sans fa<jon, waarmee ze nu voortstapte en hem als met haar lichaam dwong uit den weg te gaan, griefde hem wel. "Was ze boos op hem? Zou ze?.... Doch de ontvanger, aan wien hij pas was voorgesteld en die zich nog niet gemakkelijk bewoog, nam hem in beslag voor een praatje over Utrecht

Sluiten