Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— En wou-je die trouwen ?....

— Hoe meent u, Papa? En ik noem een naam! Als ik iets anders wilde, zou ik u er niet over gesproken hebben, nietwaar ?

Och, zoo meen ik het niet, maar m'n God jongen, hoe kom je nu weer aan dat zotte plan?

— Vindt u het a priori zot, Pa?

Reeds begon Frans weer iets hooger te doen; hij was nog wel beklemd in de keel, maar de laatste vraag had hem boos gemaakt: zoo kon zijn vader ook tegen zijn moeder uitvaren. Doch oen de oude heer gaf niet toe; de geaffecteerde toon van Frans maakte diens figuur slechts ongelukkiger.

— Hoe ken je die juffrouw?

— Zij is bij de familie Land in huis.

O God, hebben die je d'r an geholpen ? Je hebt deftige kennissen, daar in Utrecht; 'k heb plezier van je studeeren

O, dus u hebt me laten studeeren om kennissen te krijgen!

Hèbt me late studeeren, hèbt me late' studeeren — je hebt gestudeerd, omdat je er plezier in hadt. Maar elke student maakt kennissen, maakt vrienden, komt in kringen; jij sloot je op, je kende niemand, je hebt geen énkele vriend .... Dacht je, dat dat prettig was voor een vader!

Ten minste niet voor een vader zooals u, die zóó gesteld is op relaties.

Een Huwelijk. ««

Sluiten