Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik verzoek je, Frans, mijn levenswijze niet te kritiseeren. Ik geloof, dat m'n kinderen niet te klagen hebben over de positie, waarin ik hen gebracht heb en jij allerminst, die altijd net hebt kunne' doen wat je wou' en daarom zeker je er op toelei nooit te doen wat ik wenschte. Ik herhaal, dat je zonderlingheid, je eenzelvigheid me een bron is geweest van leed. Ik heb je dat nooit anders dan met zachte woorden gezegd, maar dat je nu als eenige vrucht van al je studeeren, van al dat zijn in Utrecht aankomt met een schooljuffrouw 't is gek,

iemand die zóóveel belang stelt in stand en afkomst, dat hij er zijn studie van wil maken ....

— Maar die daarom niet vergeet, dat hij zelf de hoogaristocratische naam draagt van Koene, blazoen 'n schaafbank ....

— Frans!

En de oude heer, die sedert eenige oogenblikken was opgestaan, kwam, met zijne eene hand, hoewel neerhangend, tot vuist geknepen, als dreigend op zijn zoon af.

Frans voelde zich kalm geworden; zijn keelgat was niet meer belemmerd; koel was zijn hoofd, koel zijn bijna sarrende toon. Niet de hartstocht van een door derden verguisde liefde had hem zoover gebracht: hij dacht nu niet het meest, niet onmiddellijk aan Hélène; maar hij was verheugd over dezen strijd; de van zijn moeder geerfde afkeer van „dien man" dreef hem voort. Dwaze verbinding: beter dan zij ooit, was hij ge-

Sluiten