Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonderlingheden in zijn doen en in zijn denken is getroffen, zij heeft hem leeren waardeeren als een goedhartigen man, die nu en dan bitter kon uitvallen over derden, maar jegens haar en haar familie steeds vriendelijk bleef. Er was nog iets schuchters in haar gevoelens voor Frans, dat natuurlijkerwijze ontbrak in die, welke zij was gaan koesteren voor zijn vader. Ze herdacht dikwijls met verbazing de verhalen, die Frans, op dien rijtoer naar Driebergen, over den ouden heer Koene had gedaan; aan den eenen kant vond zij haar verloofde veel welgezinder jegens zijn vader dan zij overeenkomstig die verhalen vermoed had dat hij zijn zou; maar aan den anderen kant vond zij hem nog lang niet vriendelijk genoeg tegenover een man, voor wien zij groote dankbaarheid voelde. O, hij had zijn vreemde manieren; haar moeder had die ook wel opgemerkt en zelfs eens een weinig smalend haar lip gekruld, toen Hélène hoog van meneer Koene opgaf; maar knap en invloedrijk en vooral goed, was hij, en dat zij en Frans nu al zoo spoedig zouden kunnen trouwen, was dank zij hem.

Die goedheid heeft het meisje des te aangenamer verwonderd, daar Frans reeds in hun eerste liefdesonderhoud had gezinspeeld op moeilijkheden met zijn familie en zij toen natuurlijk het eerst aan de tegenkanting van zijn vader had gedacht. Nog dikwijls is Frans op die moeilijkheden teruggekomen, doch telkens, zelfs wan-

Sluiten