Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neer zij hem ondervroeg, in vage termen. In haar beslissenden geest heeft zij toen zichzelve een oplossing verschaft door te besluiten, dat de tegenkanting waarschijnlijk was gekomen van zijn zuster en „al die verdere Van Dijcken". De vader, een eenvoudig man, kon er niets op tegen hebben, dat Frans een onderwijzeres A trouwde, een meisje zonder geld; maar die zuster, dat was een fiere madam!

Hélène heeft er dan ook niet weinig tegen opgezien, nu met een retourtje over te komen en bij de jonge mevrouw van Dijck te logeeren, ten einde door Frans aan enkele bloedverwanten te worden voorgesteld. Zij had veel liever bij den ouden heer gelogeerd, doch Frans heeft haar geschreven, dat ze bij zijn zuster zou gaan en haar mama heeft dien maatregel heel begrijpelijk gevonden; te meer daar er, behalve de huishoudster, bij meneer Koene geen vrouw aan huis was.

Met het gevoel van in een noodzakelijk kwaad te berusten, kwam zij aan. Frans haalde haar af aan het station, en terwijl zij in een open wagentje naar huis reden, vertelde hij haar, hoe hij eens aan het station te Utrecht op haar had gewacht en was weggeloopen in den waan Gustaaf Land te zien. Hij overdreef en vleide een beetje in 't verhaal en Hélène lachte er luid om, o zoo blij en gelukkig. Alleen op het oogenblik dat het rijtuig stilhield, voelde ze een kleine knijping in de keel.

Sluiten