Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeten dorst naar minnevleierij en streelende betuigingen, tot slot van zijn liefdeslitanie niets beters had gevonden dan de vraag:

— Zeg Lène, het is een gekke vraag, maar hij kwelt me dikwijls; zeg me: als ik nu opeens arm werd, als ik bij je kwam met de boodschap dat papa al zijn fortuin had verloren, dan zou je me blijven liefhebben, niet waar, dan zou je me niet verstooten?

Toen is ze ook heel bedroefd geweest. Onmiddellijk heeft zij de achtergedachte der vraag gevoeld en blootgelegd: om zoo iets te vragen, moest Frans zelf voortdurend vervuld zijn met het denkbeeld, dat hij haar rijk ging maken, vervuld, méér dan zijzelve. Hij dacht natuurlijk, dat ze hem alleen had genomen om zijn geld en wie zoo weinig liefde onderstelde bij de andere, had zelf niet lief. "Waarom had hij niet liever een rijk meisje getrouwd, als hij het haar verweet, dat zij arm was ? Dacht hij dan, dat het zoo plezierig was, alles te moeten ontvangen van den man en zelve niets aan te brengen?

Ze was — 't gebeurde op een klein buitenpartijtje bij haar geboortestadje — dien ganschen avond van streek gebleven, zoodat mevrouw Droguet haar met bezorgdheid aangekeken en later beiden ondervraagd had. Hélène had echter niets willen zeggen en Frans had ook maar gezwegen, doch sinds dien dag was ze op één punt geheel veranderd: haar genoegen in plan-

Sluiten