Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam, ging onmiddellijk door naar het logement, waar papa Koene kamers had besproken. Herman ging met Frans en den luitenant meê om even de bruid en haar moeder goedendag te zeggen.

Zij vonden er papa Koene, verder nog niemand. Hij was even vóór hen binnengekomen en stond in de gang om Hélène te roepen.

— Kom 's kijke', alweer een cadeau!

Hélène kwam. Op de tafel stonden drie pakken, twee doozen met bouquetten van tante Daalders en van zwager Van Dijck en dan het pak, dat papa Koene „zelf had meegesjouwd van 't hotel hierheen."

— Dank u wel, meneer.

En het aardige kopje boog voorover om een zoen te ontvangen.

— Nee maar, 't is niet van mij! Wat denk je wel! Ik ben maar de commissionnair. Maar ik wil je graag een morgenkus geven. Dag kind!

En Herman zag met genoegen, hoe teeder vader Koene Leentje omhelsde. Dat ,dag kind" had hij, iets zachter, gezegd op een echt hartelijken, vertrouwengevenden toon.

Het pak werd losgemaakt; er was een briefje in voor Frans, van nicht De Loever, met de beste wenschen voor hem en zijn bruidje en met vele excuses, dat de zilversmid het sedert lang bestelde geschenk zoo laat had afgeleverd.

Juffrouw Droguet, Hélène's zuster, was nu ook in de kamer gekomen.

Sluiten