Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan een feestdisch zitten en ik wil het niet vergeten. Uit mijn aard kijk ik altijd het liefst naar den zonnekant. En als gelukkig gevolg van die neiging, die door velen wordt gelaakt, voorzie ik een leven vol intiem geluk, dat mijn jongen te gemoet gaat....

Op den dronk van papa Koene volgde er een van oom Daalders en toen een van den dominee (door mevrouw Droguet van te voren genoodigd en 's morgens door papa Koene nog eens „aangelijmd") en toen een van zwager Van Dijck (heel kort, „op den verkondiger van het woord des vredes en der liefde") en toen een van Frans.

Dat Frans, de dichter! niet mooi sprak, verwonderde Herman geenszins: eer oordeelde hij, dat dit pleitte vóór het wezenlijke gevoel van zijn neef, vóór diens, althans tijdelijken, ernst. Maar hetgeen hij zei, was zoo héél vreemd! Toonloos bijna en stotterend dankte hij allen: de enkelen, die hem de eer hunner tegenwoordigheid hadden gegund.

— En inzonderheid, zoo ging hij voort, dank ik, behalve Hélène's goede moeder, nu ook mijn moeder, u, Papa, voor al het vele, dat u voor mij, voor ons gedaan hebt. Alleen vraag ik verlof, met één enkel woord terug te komen op wat u straks gezegd hebt van neigingen, die anderen in mij laken. Ik zou namelijk niet graag willen, dat enkelen uwer, die mij pas kort kennen, dat bijvoorbeeld mijn waarde oom Daal-

Sluiten