Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrijheidsbegrip niet voornamelijk een psychologische!) inhoud heeft. Zedelijke begrippen zijn momenten onzer zelfbewustwording. Wanneer wij een handeling als „goed " kwalificeeren is 'deze aanduiding ontleend aan het oordeel des menschen over zichzelf, immers aan het eigen geweten ; in het systeem der subjektiveerende (van de idee des subjekts uitgaande) kennis worden de waardebegrippen aangewend, ter bepaling van de waarde, welke een of andere gedraging des menschen heeft in verband met den algemeenen zin des levens. Zoo ook het vrijheidsbegrip.

Een waardebegrip zijnde, beduidt het begrip der vrijheid de hoogste zedelijke waarde; en daar het naar zijn eigenlijke beteekenis van toepassing is op de menschelijke gedraging, geeft het de hoogst zedelijke waarde voor deze te kennen. Vrijheid is ideale gedraging. Sprekende van den vrijen mensch, bedoelen wij dengeen, die tot ideale gedraging in staat is.

Als zedelijk begrip is de Vrijheid aangewend bij de Nieuw-Testamentische schrijvers; „de waarheid zal u vrijmaken" (Ev. van Johannes 8, 32); „vrijgemaaktvan de dienstbaarheid des verderfs tot de Vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods (Rom. brief 8, 21); „de wet der vrijheid" (Jacobus 1, 25). Evenzoo bij Spinoza, wanneer hij de vrijheid met „ons heil" vereenzelvigt: Salus nostra, seu beatitudo, seu libertas *). Desgelijks rekent Dan te de Vrijheid den staat der zedelijke volkomenheid, wanneer hij, opgestegen tot de hoogst-zedelijke verheffing zijn leidsvrouw Beatrice met deze woorden groet:

Gij hebt uit knechtschap mijn bezwaard gemoed Langs alle wegen die ten heil geleiden,

Waarlangs gij kondt, tot vrijheid opgevoed. 3)

1) Eth. V, 36 Schol.

2) Paradiso XXXI, 85.

Sluiten