Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den inhoud te bepalen van het begrip der zedelijke vrijheid; vervolgens de idee der vrijheid vast te stellen op de vier aangewezen terreinen, tot een vierdeelig bewijs van de waarheid der Vrijheids-idee. Met deze taakvervulling is eene volledige ontwikkeling van het Vrijheidsbegrip gegeven.

II

Eerste Hoofddeel: de inhoud van 't begrip der zedelijke

Vrijheid.

1. Vrij heet de gedraging zoo ze is overeenkomstig de wezenlijk menschelijke natuur.

2. J>e relatieve tegenstelling tusschen vrijheid en onvrijheid. Onvrijheid is reclitstreeksche reaktie op aanleidingen der buitenwereld. Vrijheid is verwijderde reaktie (na ideale transpositie van deze aanleidingen.)

Dionysius van Syracuse en Socrates van Athene.

3. Fragmentarisch karakter der onvrije gedraging; de vrije gedraging vertegenwoordigt het Geheel der menschelijke natuur.

Het woord „Zedelijke vrijheid" beteekent in rechte reden vrijheid van gedraging. Onder „Vrijheid van gedraging" verstaan wij afwezigheid van belemmering. Dit is een louter negatieve bepaling, maar die den weg wijst tot een positieve. De slinger eener klok heet vrij, wanneer niets hem hindert in zijn beweging; een jachthond is vrij, wanneer zijn ketting is afgenomen; van een kamerplant zeggen wij, dat zij niet vrij kan groeien, wanneer de atmosfeer in de kamer bedorven is. Belemmering is onvrijheid, omdat zij een wezen verhindert zich te gedragen naar zijn natuur. Het is de natuur van den slinger dat hij in slingerende beweging, van den jachthond, dat hij aan het wildzoeken is, van

Sluiten