Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stonden, leerden het op deze wijze. Zoo Pelagius, de tegenstander van Augustinus, Duns Scotus de middeleeuwsche nominalist, Molina de Jesuiten-leeraar, van Limborch en Episcopius, de Remonstrantsche theologen 1).

Daar dit onzielkundig indeterminisme vervangen is door een theorie, die de psychologie aanvaardt, behoeft onze bestrijding zich niet te keeren tegen een al te onbewapenden vijand. Het nieuwer indeterminisme erkent, dat er niet gewild wordt zonder motief. In het psychische proces der handeling wordt de handeling voorafgegaan door een wilsbesluit; dit laatste is het kulminatie-punt der psychische toedracht; het mag in vele gevallen nauwlijks tot bewustzijn komen, toch ontbreekt het niet, want zonder het wilsbesluit is de psychische toedracht onafgesloten, en reikt zij niet tot de handeling toe. Het wilsbesluit nu volgt op een gevoelsmoment, dat dus als motief fungeert. Er wordt niet zoo maar eens gewild; maar elk wilsbesluit is voorbereid en heeft zijn geboorteuur in het gevoelsmotief; ik vestig geen besluit om te gaan schilderen, tenzij het behagen in pikturale schoonheid mïj tot het besluit dringt — evenmin als Alexander de Groote tot zijn Oosterschen legertocht besloot zonder het motief der heerschzucht, die hem dreef. Het wilsbesluit komt niet uit de lucht vallen gelijk het beeld van Diana, ook niet volgens de nieuwere indeterministen. Ook zij erkennen de psychische toedracht: motief, wilsbesluit, handeling.

Om nu toch indeterminisme te blijven één van tweeën: öf het verband van motief en wilsbesluit worde erkend als „los verband" d. i. zonder het moment der noodzakelijkheid; öf er moet op gevonden, dat het motief

1) Verg. J. H. Scholten, De vrije wil. Leiden '59, blz. 104.

Sluiten