Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, dan is dezelfde streving, die voorheen zonde was, deugd geworden.

X

Vijfde Hoofddeel: het metafysisch Vrijheidsbegrip (de Vrijheid in het wereldproces).

De Goddelijke aktiviteit; het universeele wereldproces, in het menschenleven als wet der vrijwording zich voordoend.

Wij hebben het begrip der zedelijke vrijheid ontwikkeld in zijn anthropologische, psychologische en ethicoevolutioneele beteekenis; de vrijheid in het menschelijk karakter, in de menschelijke gedraging, in het menschelijk levensproces. Deze ontwikkeling van het Vrijheidsbegrip betreft de Vrijheid in het menschelijk bestaan en behoort dus tot de leer van den mensch, d. i. tot de anthropologie — dit begrip thans in ruimsten zin genomen als psychologie, ethiek, enz. omvattend. Wij kunnen dus al het voorafgaande aanmerken als uitéénzetting van het anthropologisch Vrijheids-begrip.

De Vrijheid is echter ook een metafysisch begrip. Eerst nu zijn wij tot de opstelling van zoodanig vrijheidsbegrip gerechtigd, nu wij het begrip der vrijheid in het menschenleven ontwikkeld hebben. Metafysische vrijheid is veronderstelling der anthropologische; eerst zoo de beteekenis der laatste uitgelegd is, wordt de noodzaak beseft om de eerste aan te nemen. De zuivere metafysika is een stelsel der denkvoorwaarden van de anthropologie, en mag haar woord eerst spreken aan het einde, waar men tot onthulling van het uitgestrektste gezichtsveld overgaat.

Sluiten