Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I (De psychologische oorsprong). De religie is een Eros en derhalve ontsprongen uit de vereeniging van een positief en een negatief beginsel, evenals het verlangen een positief en negatief beginsel heeft, een willen en een ontberen. Uit een voldanen wil, die geen ontberen kent, ontstaat evenmin een verlangen als uit een ontberen, dat geen wil tot steunkracht heeft.

Het positief beginsel der religie is de wil tot zelfverwerkelijking. Wij willen ons wezen, d. i. de realiteit die in ons ligt, tot heerschend beginsel onzes levens maken, heerschappij voerende. Deze wil is het beginsel uller zedelijkheid '). Er is een transcendente werkelijkheid in ons, uit kracht van welke de orde en waarheid in ons empirisch leven moet gevestigd worden. De wil om dit te doen, de wil tot zelfverwerkelijking, is niet anders dan deze realiteit zelve, die zich in ons betoont.

Deze is het positieve beginsel of de positief-psychologisclie oorsprong der religie. Uit oogpunt van dezen gezien, is religie niet iets anders dan zedelijkheid zelve; zij is hetzelfde, want een uiting van dezelfde kracht in denzelfden mensch. Een religieuse mensch, die geen zedelijk-goede mensch is, is om deze reden een zedelijke misvorming, en wij doen beter een dor moraal-mensch te zijn met stroeve en aspiratie-looze naleving der zedewet, dan dat wij, met voorbijgaan van den zedelijken eisch, leefden met de religieuse ideeën. Geen grievender onrecht kan der religie aangedaan, dan dat men God vereert zonder zedelijken ernst; de religie als gevoelsziekte en als uitwas der ongekontrolleerde fantasie; de religie als artistiek enthousiasme of als dilettantisch

1) Spinoza Ethica IV, 22. Coroll. Conatus in suo esse perseverandi unicum virtutis est fundamentum.

Sluiten