Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evenzoo; een inktkoker, een boterham en een brievenbus.

De mensch, het groot geworden kind, behoudt dezen rechtstreekschen blik rondom zich. Laat hij tot doordringender levens- en wereldbeschouwing komen, of laat hij daar niet toe komen, zijn onvoorbedacht oog blijft in de kultuurwereld vele lantarenpalen, hengels, inktkokers, boterhammen en brievenbussen zien, en hij blijft ze aanwenden in het voorwerpelijk karakter, dat dezen zaken eigen is.

Niet waar: op onze wandelingen zien wij huizen, tuinen, hekken, wegen, zijpaden, wandelaars, rijtuigen, karren, paarden, slooten, schepen. Elk dezer voorwerpen treft ons als zelfstandig ding onzer waarneming; elke kleur nemen wij waar als aparte eigenschap, elke vorm komt ons voor als op zichzelf bestaande. Wij kunnen deze apartheden samensmelten tot geheelen, het afzonderlijke onderwerpende aan de vizie van een zinrijk beeld — wij kunnen het, maar onze nuchtere oogen doen het niet. Onze waarneming ziet de leefwereld in haar karakter van voorwerpelijkheid, en ons spoedig gereed verstand, begrijpend dat de menschelijke aktie zelf deze leefwereld gebouwd heeft, besluit dat de menschelijke aktie bestaat in de voortbrengst van voorwerpen, ja dat hierin de zin der aktie is vervat.

II

Ten onrechte wordt in de voortbrenging van voorwerpen de beteekenis der aktie gezocht.

Deze theorie der nuchterheid — nuchterheid inderdaad, zuivere nuchterheid — is welbeschouwd een theorie

Sluiten