Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reikt. Het historisch materialisme moet in dit opzicht met het oudere positivisme overeenstemmen; de wereld, zooals door deze leeringen voorgesteld, is wezenlijk haar bestaan niet waard; zij is het zinledige, en de zin van het menschelijke leven is dan, dat het in dienst der produktie te gronde gaat.

Doch het wordt anders, wanneer wij in den menschengeest een dieper grond aannemen, van waar de aktie te voorschijn treedt in de sfeer der openbare wereld. Deze diepere grond is voorwaarde van ons bestaan in den tijd, en is derhalve zelf buiten den tijd, d. i. in eeuwigheid. Hij is de reëele Idee, die aan ons leven ten grondslag ligt; de transcendente Ikheid. Deze teil zichzelf in de menschelijke aktie naar buiten openbaren. (Zie VIII).

Zoo ontstaat derhalve een geheel andere opvatting van de menschelijke aktie (denken en arbeid); deze, dat zij niet is om konkrete doeleinden (voorwerpen), maar vanwege onze ideeele natuur. De ideëele natuur sluit de konkrete doeleinden niet uit; integendeel, het ware onmogelijk de menschelijke aktie te begrijpen zonder de aanname van konkrete doeleinden, door onzen geest gesteld. Maar het is de vraag, uit welk hoofdbeginsel de aktie te waardeeren valt: uit het ideëel karakter onzer natuur, dan wel uit het psychisch mechanisme der doelstelling; en in de beslissing dienaangaande moet het diepstgelegene den doorslag geven.

Sluiten