Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit — hoe is daarbij het zoo exakte utilitaere voortbrengsel te waardeeren? Deze vraag stelt zich aldus: hoe is het maatschappelijk voortbrengsel denkbaar als symbool van den in zichzelf transcendenten geest?

Dit is denkbaar, zoodra wij de maatschappij, waaraan wij het voortbrengsel afstaan, denken als zinrijk Geheel, vertegenwoordigend den geest die in onszelf is. De vergelijking met de kunst moet ook hier opgaan. De gothische schilder leverde zijn altaarstuk aan de kerkgemeenschap; deze was hem een levend Geheel, vertegenwoordigend den geest, die in hem zelf was; zij was een omvattend „voortbrengsel" van dien geest, waarvan de zijne deel uitmaakte. Door het resultaat van zijn werk in te voegen in dit Geheel kon hij gerustelijk zijn eigen hand van zijn arbeid aftrekken: er was een geest, die in de kerkgemeenschap voor eiken bewusten mensch leefde, en die des schilders aktie als overnam, onder wiens bewaking het voortbrengsel der schilders-aktie niet tot bloot voorwerp verstarde. Omdat de kerkgemeenschap, in het kerkgebouw in 't groot verzichtbaard, een zinrijk Geheel was, werd het voortbrengsel, afgezien van zijn eigen waarde, als onderdeel in die gemeenschap ingevoegd zijnde, tot symbool des geestes, die het geheel droeg.

Wanneer nu de maatschappij een zinrijk Geheel werd, vertegenwoordigend den vollen menschegeest, zou elk noodzakelijk voortbrengsel van maatschappelijken arbeid, door dit Geheel gewijd zijnde, zekeren afglans der Idee genieten; en het zou om het verband der onmisbaarheid, overeenkomstig de plaats die daaraan toekwam, symbolische waarde hebben.

„Geheel" echter is niet een empirische grootheid; een groep is geen geheel: in de menschewereld is een Geheel eerst daar, waar een geestelijke idee een groep draagt

Sluiten