Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de mensch lijdt of verheugd is, verlangt, bemint, hoopt of vreest — hij is in staat van denking.

Deze uitspraak vermindert reeds in paradoxaliteit, wanneer wij ons over het karakter eener denk-akte nader verklaren.

Alle denking heeft drie faktoren: 10 receptiviteit of stofopname; 2° verstand of vorm-geving en 3° drijfkracht.

Men versta dit niet zoo alsof er drie verschillende faktoren bestonden, wier al of niet toevallige samentref de denk-akte als hun resultante voortbracht. Stof zonder vorm is even als vorm zonder stof, een nergens bestaande grootheid; en aktiviteit, zonder welker drijfkracht in 't geheel geen denk-proces zou voorkomen, is toch op zichzelf gedacht even onbestaanbaar als a'antrekkings-kracht zonder aantrekkend en aangetrokken voorwerp. De drie faktoren, zijn drie opzichten van het ééne proces der denk-akte. Wij onderscheiden ze, maar scheiden ze niet. Wel valt een tweeledigheid van het maaksel der werkelijkheid uit hun onderscheidenheid af te leiden : de stof vertegenwoordigt de realiteit van het objektieve, dat buiten den geest is; de aktiviteit vertegenwoordigt de realiteit van het aktieve subjekt; de vorm beteekent de aktie van het subjekt ten opzichte der objektiviteit. Maar in de denk-akte zijn deze drie faktoren onlosmakelijk vereenigd, zoodat zij niet als in chemische elementen kan worden opgelost. Deze waarschuwing verzekert ons tegen misverstand.

De vorm der denk-akte is het logische; het verstand is de logische faktor; de stof is het a-logische; de receptiviteit is de a-logische faktor; de drijfkracht is de aktiviteit.

Sluiten