Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diacht bestond dan alleen hierin, dat de chemische affiniteit een vaste is en onveranderlijk bestaande tusschen bepaalde stoffen, van de grondlegging der natuur af; terwijl de bewustzijns-affiniteit variabel ware en telkens nieuw gelegd werd door nieuwen samentref van voorstellingen of door nieuw ontdekte gelijkenis. Maar voorstellingen zijn geen dingen, geen voorwerpjes en met deze verklaring is de analogie met de natuurtoedracht voor ondenkbaar verklaard. Er bestaat geen affiniteit tusschen de voorstellingen van „molen" en „vlag", ook al heeft eens voor onze oogen een molen zich met een vlag gesierd; en ook bij de gelijkenis-associatie tusschen de voorstellingen „paard" en „baard" of „paard" en „centaur" is van een natuur-wetenschappelijke gedachtenaantrekkingskracht geen sprake.

Doch houden wij ons bij de associatie door aangrenzing, gelijk zij voorkomt in alle herinnering en reproduceerende fantasie. Wanneer ik eens een molen met vlag zag en zie nu weer een molen en denk aan een vlag — wat geschiedt? De toedracht wordt veel duidelijker door een kleine wijziging in beschrijving: eens zag ik een molen met vlag; nu zie ik weer een molen en waaraan denk ik nu? niet aan de vlag, maar aan den molen met vlag. En hoe kom ik aan den molen met vlag te denken? doordat ik nu een molen zie, dus naar aanleiding van iets dat op den molen met vlag gelijkt.

De eigenlijke associatie bestaat niet hierin, dat ik van de voorstelling „molen" naar de voorstelling „vlag" overga, want deze zijn één voorstellingsgrootheid geworden — maar bestaat hierin, dat ik van de huidige molen voorstelling door gelijkenis overga tot de vorige molen-met-vlag-voorstelling. Onderzoek alle herinnering en reproduceerende fantasie, alle associatie van aan-

Sluiten