Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der meening, dat de Sceptieke school, die in de Grieksche wijsbegeerte voorkomt, niet een heterogeen en van elders aangevoerd element is, gelijk bijv. de Hebreeuwsche twijfelzucht in het Qohelet-boek der Oud-Testamentische litteratuur.

i)e Grieksche sceptische wijsbegeerte is inderdaad een school, zij volgt een traditie en levert haar argumenten van geslacht tot geslacht over, gedurende verscheidene eeuwen. De uitputting van het Grieksch zelf-bewustzyn 11a den dood van Alexander den Groote is de aanleiding tot het eerste optreden dier school; de invloed van het Chiistendom, het Neo-platonische idealisme, en de Oostersche religies, welke opnieuw een geestelijke verheffing der Grieksch-Romeinsche kuituur beduiden, eindigen haar werkzaamheid. Alzoo duurt haar leven van de laatste helft der vierde eeuw vóór (Pyrrho ongeveer 365 275) tot het begin der derde eeuw na onze jaartelling. (Sextus Empiricus f ongeveer 210 *).

In deze school een overvloed van namen, doch weinige gestalten vast omlijnd; de groote aanvanger dei Sceptiek, Pyrrho, heeft niets geschreven, en liet zijn mondelinge nalatenschap over aan zijn leerling Tinion van Phlionte; en van Timon, die veel geschreven heeft en niet met zijn leermeester voor één kan gelden, zijn slechts weinige fragmenten bewaard. De groote leei meesters der Nieuwe Platonische Akademie, Arkesilas en Karneades zijn bekende persoonlijkheden, hoewel ook zij niet geschreven hebben; maar vooral de laatste, heeft door zijn geruchtmakend optreden te Rome in

^ 1) Sextus" opvolger Saturninus is ons slechts van name bekend. V erg. Victor Brochard. Les Sceptiques Grecs. Paris 1887. p. 311, '15, '27.

Sluiten