Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aenesidemus en Agrippa, èn door Sextus Empiricus. Ook hier is verschil; de eerste twee zijn de ware en doortastende dialectici; Aenesidemus is de eerste, die de mogelijkheid van de wetenschap volledig ontkent uit denk-konsekwentie; Agrippa in zijn lijn voortgaande tot verdere abstraktie, ontkent de waarheid q. t. '). De tweede periode, door Sextus Empiricus getypeerd, heeft naast het ontkennend werk een ander belang: de konstruktie eener (positivistisch-) medische empirie. Zij mist de schittering der vorige, maar is voor de historie het belangrijkst, omdat zij is het meer, waarin de rivier uitmondt. Sextus Empiricus omvat alle sceptische argumentatie; hij neemt het voorafgaande geheel in zich op; hij is de volmaakte erudiet in de twijfelsleer en bovendien is zijn schriftelijke arbeid grootendeels bewaard. Een vaststelling van het karakter der Grieksche sceptiek in het algemeen gaat dus voornamelijk met zijn geschriften te rade. Wij zullen bij onze volgende overwegingen vastknoopen aan de sceptische argumenten van dezen man.

II

Het doel der sceptische filosofie.

De „Pyrrhonische Hypotyposen" — wij zouden zeggen: sceptische omtrekken — zijn een katechismus der sceptiek.

1) o. c. p. 307.

Sluiten