Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevonden; geen sceptische perspektieven behoeven meer geopend, geen nieuwe vandalismen begaan, geen wijsgeerige tempels voor 't eerst aangetast: de lezer bespeurt in deze redeneeringen tegen de filosofie dat zij oud zijn, en niet worden gevonden doch herhaald. Geen weemoed over de verstoring eener schoone illusie; geen bitterheid als van Qohelet, geen klacht als van Faust, geen streven naar andere levensvoldoening, nu de oude illusie verviel; er is in deze betoogen alleen de onvermoeibare taaiheid van een bedaard voornemen: het dogmatisme, d. i. de filosofie, moet weggeveegd; censeo Carthaginem esse delendam; en aan deze taak werke men zonder vreugd en zonder smart, zonder humor en zonder haat.

Een positief doel moet toch dezen scepticus voorstaan, daar hij zoo weinig gelijkt op Mefistofeles; slechts de ironie ontkent om te ontkennen; doch Sextus, bij afwezigheid van ironie, is de zorgvuldigste en vlijtigste arbeider en men arbeidt niet zoo systematisch en punktueel zonder de verwachting van een positieve winst. Zonder positief doel zou de sceptiek geweest zijn de individueele genialiteit der vertwijfeling, de scepticus een voorbarige Manfred; nu echter heeft hij school gemaakt en ten bate der leerlingen een beeld ontworpen van het normale sceptisch karakter, volgens 't welk de leerling zijn geest heeft te dresseeren. In de Pyrrhonische hypotyposen 1) wordt den jeugdigen scepticus geleerd, hoe hij zijn denken moet inrichten, nl. verdeelend zijn werk in een algemeen en bizonder deel; in het eerste geve hij zich van algemeene beginselen rekenschap, in het tweede taste hij de dogmatici aan op de bepaalde

1) I, 2 vvg.

Sluiten