Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze vier tropen (de eerste vier der groep van tien) zijn volgende:

1°. de verscheidenheid der levende wezens, ingevolge waarvan de verschijningsbeelden (CpxvTxrixt) bij het eeno en bij het andere wezen verschillend moeten zijn. Uit verschil van lichamelijke samenstelling, als ook van levensoorsprong is het waarschijnlijk, dat een groot verschil bestaat tusschen de wijzen van ontvankelijkheid van het éene en van het andere levend wezen; elk dier is bevattelijk naar zijn eigen aard. Het orgaan voor indrukken van de buitenwereld, moet bij de éene diersoort anders werken als bij de andere, naar de verschillende vermenging van vochten hier en daar, evenals de geelzuchtige alles geel ziet, wat wij wit achten. Zoo worden de verschijningsbeelden der voorwerpen verschillend afgeleverd. En niet alleen de gezichts-indrukken, maar de indrukken van den tastzin, den gehoorzin, het reukorgaan, het smaakzintuig geven verschillende verschijningsbeelden af naar de verschillende inrichting van dat orgaan hier en daar. Over deze stof is Sextus zeer breed; het hier besprokene is een geliefd onderwerp der populaire sceptiek, en dat gemakkelijker van de hand gaat, naarmate het onderzoek naar een algemeene wet des onderscheids verder buiten den sceptischen gezichtskring wegligt.

2°. de onderscheiden tusschen de menschen onderling. Deze tweede trope is een voortzetting van de eerste. Ook al gold de eerste alleen, dan reeds zou de beperktheid (alleen-menschelijkheid) van onze waarneming zeker zijn en onze kennis bezwaarlijk op alom-geldigheid kunnen bogen. Maar gaarne voegt de scepticus de tweede trope aan de eerste toe. Toegegeven dat de mensch

Sluiten