Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI

Het denken heeft geen grond in zijn eigen verrichting (liet Bewijs).

De derde hoofdgedachte, welke wij uit de sceptische kritiek te voorschijn halen, is: ook in zichzelf heeft het denken geen grond. De denkbeweging is illusionaer; er is geen inwendige noodzaak van het logisch gedachten verband. De betrekking van denken tot werkelijkheid komt bij deze uiteenzetting niet ter sprake, doch de inwendige inrichting van het denkwerktuig; de formeele logika wordt hier afgebroken. Er wordt betoogd dat geen bewijs bestaat; geen overgang van het eene verstands-moment tot het andere, geen overgang van logisch oordeel tot logisch oordeel. Indien er ooit omslachtige , zichzelf herhalende en den lezer niets sparende lektuur bestaat; indien ooit wijsgeerige expositie in staat is de gemelijkheid van den toehoorder te verwekken, dan is Sextus' hoofdstuk over het bewijs daartoe in staat. Bij zooveel afwezigheid van schoone, plastische fantasie, is dit hoofdstuk als het dor voegwerk van een liefdeloos en onbezield knutselaar — wij zullen voor den lezer deze Sextijnsche langdradigheid bekorten en het rechtstreeks argumenteerende alleen uit zijn uiteenzetting te voorschijn brengen.

Vooreerst J): een bewijs is een samenstelling van oordeelen; maar een samenstelling kan niet bestaan tenzij door gezamenlijk voorhanden zijn der bestanddeelen; doch de deelen van een bewijs zijn niet tezamen

1) Lib. II, 144.

14

Sluiten