Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze eenheid oen immanente, als element van den kenaanleg, niet als realiteit, waarin de ken-aanleg zijn grond heeft; geen metafysisch leerstuk is daarmee gegeven. Wanneer het ken-vermogen opgeheven werd zou deze eenheid ook opgeheven worden; het is een begrepen eenheid, die niet tevens begrijpende eenheid is; voorwaarde der kennis, doch niet tevens realiteit.

Tegenover deze stellen wij de Realiteit van het aktieve subjekt als transcendente grond eiker ken-akte. In deze is de mogelijkheid der kennis gegrond; en daar de zinlijkheid evenzeer als het verstand den actus van het subjekt veronderstelt, zien wij in de aktiviteit van het subjekt de mogelijkheid der samenwerking van zinnen en verstand, waarneming en denken. Het verband bestaat in dit feit dat beide denzelfden werkings-grond hebben. Het besluit uit de waarneming tot de algemeene waarheid, is geen afleiding der laatste uit de eerste, maar een tegelijk stellen der beideen is de schepping eener sfeer van bewustzijn des subjekts. Onze aktiviteit, in 't transcendente subjekt gegrond, zet zich deze sfeer der bewustheid in de zelfgeschapen twee-eenheid van zinlijkheid en denking.

Evenzeer als op de leer van het „teeken" wordt op de leer van het Bewijs een ander licht geworpen dooide hypothese van het aktieve subjekt. Terecht heeft Sextus opgemerkt, dat er geen noodwendigheid bestaan kan tusschen de praemissen en de konklusie eener bewijsvoering. Terecht, omdat hij daarmede der Aristotelische logika een bezwaar voorwierp, dat voor haar onoverkoombaar is, zoodra ze de kloof tusschen denken en objektieve werkelijkheid mocht inzien. Ondervindt de menschelijke geest bij het syllogisme niet meer den

Sluiten