Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI

De sceptische isosthenie is de dood der wijsbegeerte.

Het denken, losgemaakt uit de realiteit van het denkend subjekt (in dier voege dat de denker niet met zijn persoonlijkheid instaat voor zijn leer) mist innerlijke noodwendigheid en heeft geen ander beginsel dan'de willekeur: men kan evengoed deze raeening als de tegenovergestelde voorstaan. De sceptiek verkondigt alzoo als hoogste wijsheid de isosthenie.

Het mocht den schijn hebben of de sceptici negatief resultaat nastreven, en in de negatie alzoo een positief doel hunner werkzaamheid was gezet. Doch dit is niet het geval. Uitdrukkelijk maakt Sextus na de uiteenzetting over de onbestaanbaarheid van het bewijs, den ezer aandachtig op deze tegenstrijdigheid, dat 'hij met bewijs de ongeldigheid van het bewijs bewezen heeft ')• De ontkoming aan deze moeilijkheid is dat men zegt: het bewijs is met meer wèl geldig dan niet geldig. Men an evengoed ervoor als ertegen getuigen. Dit is de isosthenie (/Vo<r&W), de gelijkwaardigheid en gelijke geloofwaardigheid der tegenstelde meeningen >). En de ïouding \an onzen geest in deze is de opschorting des oordeels («roXj), dat is de stilstand van het inzicht waarbij wfj evengoed bevestigen als ontkennen, dè ongestoordheid der zie] («^ £ox^u kx)

1) II, 185—192.

2) I, 10.

Sluiten