Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

persoonlijke opvattingen in de kunstnijverheid. De meer verfijnde levenswijze en de voldoening van in verband daarmede ontstane nieuwe behoeften komen vooral aan het kunstambacht ten goede en openen nieuwe wegen van ontwikkeling. Daarbij komt, dat de eischen van deugdelijkheid en billijkheid, in verband met verscheidenheid in vorm, steeds hooger worden, ook met het oog op den uitvoer onzer nijverheidsproducten naar andere landen.

Elk land, dat in den toenemenden wedstrijd der volkeren op dit gebied niet achter blijven wil, moet daarom op de deugdelijke opleiding van zijn jonge mannen en vrouwen in de onderscheidene takken van nijverheid, ook van de kleine nijverheid, bedacht zijn.

Voor die opleiding moet de volksschool den algemeenen grondslag leggen; moet het herhalings- en voortgezet lager onderwijs aanvankelijk voorbereiden; terwijl daarop volgen moet: het speciaal voorbereidend vakonderwijs in ambachtsscholen, industriescholen en bijzondere vakscholen of cursussen.

Op deze aanvankelijke vakopleiding moet evenwel volgen: de practische opleiding in de werkplaats; en voor hen, die dit vakonderwijs in onvoldoende mate hebben genoten, moet de practische opleiding in de werkplaats gepaard gaan met aanvullend vakonderwijs.

Dat het tweeledig doel der vakopleiding: kennen en kunnen uitsluitend kan worden bereikt bij leerlingen, die aanleg hebben voor het vak hunner keuze en bovendien gekenmerkt zijn door toewijding, als karaktereigenschap, spreekt van zelf, maar mag hier toch wel met nadruk worden herinnerd.

Dit kennen en kunnen te doen samengaan, hand aan hand, in geregeld onderling verband, zoodat het voorbeeld van den patroon gepaard gaat met het onderricht van den leeraar, is de hoofdvoorwaarde voor eene deugdelijke opleiding van de toekomstige beoefenaren van een vak, welk dit ook zij.

Het is een open vraag, of de vereeniging van de factoren kennen en kunnen door den leerling beter in de vakschool dan in de praktijk van het vak, in verband met het dag-of avondbezoek aan een vakschool of vakcursus, wordt verkregen. Kan in de vakschool het verband tusschen theorie en de door de theorie zich voorgestelde praktijk ongetwijfeld beter worden gelegd, dan in de directe beoefening van het vak, gepaard aan theoretische lessen in enkele dag- of avonduren, welke zich evenwel bewaarlijk voldoende kunnen aansluiten aan die bepaalde praktijk, — daartegenover staat, dat in de goede werkplaats, onder de leiding van een deugdelijk leermeester, de opleiding geschieden kan overeenkomstig de werkelijke

Sluiten