Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op min of meer navolgingswaardige wijze toepassing vindt en welke overeenkomsten daarbij gebruikelijk zijn.

Gelijk blijkt uit het bekende Nutsrapport. is het leerlingwezen in Oostenrijk, Zwitserland en Duitschland bij Rijks- of kantonnale wet geregeld. Van deze in het buitenland gestelde voorbeelden we ke kunnen worden aangevuld met die in Denemarken (1880)' Bulgarije (1903), Hongarije (1884). Italië (1893), Rumenië (1902) kan, naar het oordeel van de Nutscommissie, het leerlingcontract, dat in het Rapport omtrent Zwitserland gegeven is, hier tot voorbeeld dienen. Men vindt dit contract hierbij afgedrukt, als bijlage I.

De regeling bij de „Vereeniging tot bevordering van het ambachtsonderwijs in Drente."

J" -°"S la"d 's' sedert 1892, de «Vereeniging ter bevordering van het ambachtsonderwijs in Drente» bezig, de toepassing van et leerlingwezen bij de opleiding voor het ambacht te bevorderen. Deze Vereeniging telt 23 afdeelingen en 4 correspondentschappen ™ gewone leden, 8 donateurs, 9 leden en 3 donateurs

Duiten Drente, benevens 9 contribueerende gemeenten. Zij heeft thans in opleiding: 82 leerlingen, verdeeld over 23 plaatsen in de provincie Drente, en wel:

36 voor het timmeren, 20 voor het smeden, 15 voor het schilderen 2 voor het koperslagen, 1 voor het meubelmaken, 4 voor et schoenmaken, 4 voor het kleermaken.

Ten behoeve van deze 82 leerlingen zijn er in de 23 bovengenoemde plaatsen winteravondteekenscholen. waarvan enkele Riiksen Provinciale subsidie genieten.

te AesZsende Vereeniging heeft sedert *9°4 ook een ambachtsschool

Blijkens de statuten, is het doel der Vereeniging: i°. het sluiten van contracten met geschikte personen, om een of meer leerlingen in de werkplaats te onderwijzen en op te leiden;

2 . het sluiten van contracten met ouders of voogden, waarbij deze zich verbinden, hun kinderen of pupillen, onder toezicht van

e afdeelingsbesturen, naar een aangewezen werkplaats te zenden, ten ^einde daar in een vak te worden opgeleid;

3 • het aanmoedigen van de leerlingen, door het geven van prijzen, na afloop van elk studiejaar, indien daarvoor termen zijn

hl-S? V , jr d?TZe beg'nselen 'n praktijk worden gebracht, blijkt uit de bijlagen II, III, en IV, waar afdrukken zijn gegeven van •

a) een tnodel-overeenkomst tusschen de Vereeniging en een patroon

Sluiten