Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een gezel zouden kunnen plaatsen, twee of drie nieuwe leerlingen vinden, die hun arbeid verrichten. Deze groote fout, welke z. i. ook de regeling in Duitschland aankleeft, dient hier vermeden te worden.

Wij hebben, zoo zegt de heer Inte Onsman, behoefte aan een goed leerlingstelsel, doch niet aan leerlingen-kweekerij.

En zooals het ontwerp arbeidswet luidde, bestond er, meent hij, groote kans die leerlingen-kweekerij in de hand te werken.

Het komt hem voor, dat wel de grootste leemte in dat ontwerp

was, dat daarin niet voldoende rekening werd gehouden met de vakorganisaties. Wanneer, zooals het ontwerp wilde, de burgemeester verlof tot het houden van leerlingen kan geven, dan moest er worden bijgevoegd: «na ingewonnen advies van de vakorganisatie.» Wel sprak het ontwerp in art. 49 van «bijstand van deskundigen», doch dit gaf z.i. geen zekerheid, dat inderdaad bevoegde deskundigen zullen worden geraadpleegd.

Hij wil, dat de betrokken vakorganisatie een leerling-overeenkomst samenstelle, welke overeenkomst moet goedgekeurd worden door de Regeering, opdat het contract rechtsgeldig worde, ter voorkoming van te veel bevoordeeling van een der partijen.

Indien de Regeering van boven af een bedrijf tracht te beschermen, dan is niet uitgesloten, dat onbekendheid met de werkelijke bedrijfstoestanden in verschillende vakken, de Regeering brengt tot een generaliseering, welke ten slotte hierop uitloopt, dat de meeste vakken van den wal in de sloot worden geholpen of dat toestanden worden geboren, welke in de practijk noch gewild, noch bruikbaar zijn.

Twee bijzonder ernstige bedenkingen heeft de schrijver tegen de ontworpen bepalingen en wel, ten eerste: dat een patroon meer dan één leerling mocht aannemen; en voorts, dat niet was omschreven, dat de leerling van zijn kant t contract mag verbreken — bv. indien blijkt, dat op het zedelijke leven van den leermeester valt aan te merken (drankzucht, slechte behandeling en dergelijke.)

Mede van groot belang acht hij het, dat het aan patroons, welke met volslagen personeel werken, niet geoorloofd zal zijn, een

leerling te hebben.

Dit zal zijn in 't belang van den leerling zelf. Immers, het is bekend, dat jongens in groote zaken uiterst zeldzaam wat meer leeren dan: poetsen, handdoeken opvouwen, boodschappen doen en inzeepen. Het «aanpakken» komt in die zaken of in t geheel niet of zeer zeldzaam voor. -

Sluiten