Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 5. De patroon neemt op zich, den leerling een loon uit te betalen vast te stellen door het afdeelingsbestuur, in overleg met hem! patroon, doch dat niet minder mag zijn dan:

in het eerste jaar per week ƒ

» » tweede „ „ „ „

» , » derde » » „ „

welk loon per week wordt uitbetaald.

Art. 6. Het hoofdbestuur verbindt zich, den patroon het door dezen in de beide eerste leerjaren aan den leerling uit te betalen loon te verstrekken, telkens aan het einde van drie maanden, voor het eerst alzoo den 190

Art. 7. De patroon verbindt zich, den leerling, zomers niet langer aan het werk te houden dan van 6 uur 's morgens tot 6 uur 's avonds, met een schafttijd van ten minste twee uur en 's winters van 7 uur s morgens tot 4 uur 's avonds, met een schafltijd van ten minste anderhalf uur.

Indien, in dien tijd, herhalings-, teeken- of godsdienstonderwijs moet worden bijgewoond, kan hij de diensten van den leerling niet vorderen. Indien plaatselijke omstandigheden daartoe aanleiding ge\en, kan het afdeelingsbe&tuur deze uren wijzigen, met dien verstande, dat het aantal werkuren niet vermeerderd worde.

Art. 7a. De patroon verplicht zich, te zorgen, dat de leerling op het werk en in de werkplaats geen sterken drank gebruikt.

Art. 8. Indien het hoofdbestuur zich verplicht ziet, tusschentijds een leerling te ontslaan, hetzij wegens gebleken ongeschiktheid in den proeftijd, hetzij later wegens wangedrag, of het niet nakomen van zijne verplichtingen, geniet de patroon voor vergoeding, in afwijking met het bepaalde in art. 1, zoo de leerling ontslagen wordt dadelijk na de proeftijd niets; in of bij het einde van het eerste jaar ƒ 10 in of bij het einde van het tweede jaar ƒ 15, in het derde jaar/

Art. 9. Indien de patroon een der bepalingen van dit contract niet nakomt, zal hij verbeuren de vergoeding, die hij anders nog te vorderen heeft.

Art. 10. De patroon is verplicht, de leden van het Aoo/dbestuur en der afdeelingsbesturen, alsmede de door het hoofdbestuur daartoe gemachtigden, ten allen tijde, in zijne werkplaats of bij het werk, indien de leerling er werkzaam is, toe te laten, opdat op de richtige nakoming van dit contract kan worden toegezien.

Art. 11. In geval van verschil tusschen partijen, beslist eene commissie van drie personen, waarvan één aan te wijzen door 't hoofdbestuur, éen door den patroon en één door de beide gekozenen samen.

Aldus opgemaakt en geteekend in triplo.

,D1 , ,, (Volgen de handteekeningen).

(Plaatsnaam, waar de Vereeniging,

welke overeenkomt, domicilie kiest,

met datum van teekening).

Sluiten