Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage XII.

vereeniging der uurwerkmakers-juweliers van het

Arrondissement Luik.

LEERTIJDSCONTRACT.

Tusschen de ondergeteeker.de M wonende te Luik,

straat no eenerszijds, en M

wonende te straat, no anderszijds, werd het volgende leertijdscontract van werkman-uurwerkmaker aangegaan.

Art. 1. De leertijd omvat een tijdvak van drie perioden van twaalf opeenvolgende en onverdeelbare maanden. Hij vangt aan van het tijdstip dat door de beide partijen in gemeen accoord aanvaard werd. Deze mogen, ééne maand vóór het eindigen van de eerste periode, bij aanbevolen brief, de tijdelijke of bepaalde opschorsing van de overeenkomst vragen, zonder dat daarom het contract zijne vruchten verlieze voor wat de aangeworven kennisse aangaat.

Art. 2. De leerjongen zal het eerste jaar eene vergoeding aan zijn patroon betalen van twee honderd franks, het tweede jaar honderd vijftig franks en het derde jaar honderd.

Deze sommen worden rechtstreeks in de handen van den belanghebbende gestort, tegen kwijtbrief, bij driemaandelijksche en voorafgaandelijke betalingen.

Art. 3. De eerste trimester van den leertijd wordt als proeftijd beschouwd, gedurende welken de partijen hunne verbintenis kunnen breken. Bij afwijking van art. 2 en met het oog op de betaling gedurende den proeftijd, mag overeengekomen worden, dat deze betaling in driemaandelijksche stortingen geschiedt, uit dien hoofde, de partijen enkel verbindende voor den betaalden termijn.

Art. 4. De proeftijd wordt bij den duur van den leertijd gerekend.

Art. 5. De patroon zal persoonlijk den leerjongen onderricht geven. Hij zal hem trapsgewijs en methodisch de kennisse die hij zelf bezit en in gansch hunne volheid trachten aan te leeren.

Art. 6. De leerjongen zal zijnen patroon eerbiedigen en hem gehoorzamen.

Hij zal zich aan de noodwendigheden van het beroep onderwerpen en zich gedragen, volgens de regelen en gebruiken in de werkplaats.

Sluiten