Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIXde RELIEF.

Mara, de Booze, bestrijdt den Bodhisatwa.

Zoodra de Bodhisatwa den zetel der Kennisse had ingenomen, dacht Mara, de Booze, bij zich zeiven: Prins Siddhartha wil de grenzen van m\jn rijk overschiijden, maar dat zal ik hem beletten". Aanstonds ging hij naar zijnen troep, deelde mede, wat er gaande was, liet den oproep ten strijde schallen en trok met zijne benden uit. Zoowel van voren als te rechteren linkerzijde van den aanvoerder, strekte zich het onafzienbare duivelenheir 12 uur ver uit; boven hem 9 uur en van achteren tot aan den uitersten horizont. Het donderend geraas dier ontzaglijke menigte, als ware het van de aarde die berstte, kon men op duizend uur afstand hooren. Mara, reed op een olifant < ririmekhala genaamd, welke anderhalfhonderd uur mat. In de duizend armen die de Geest der Duisternis zich door zijn toovermacht gemaakt had, klemde hij allerlei wapentuig. Van zijn gevolg waren er geen twee personen, die hetzelfde wapen hadden. Zich vertoonende in allerlei kleuren en van allerlei gedaante kwamen zij op den Bodhisatwa af. zich als rollende wolken over hem uitbreidende.

Midderwijl stonden de hemellingen den Bodhisatwa te loven. Ixdra, de hemelkoning, blies op den schelphoorn, welke 120 voet lang is en de eigenschap bezit, dat hij, eenmaal met wind gevuld, eenen toon van zich geeft die 4 maanden aan éen stuk voort duurt, Mahakala, de beheerscher der onderwereld, stond een lofdicht uit te spreken, dat meer dan honderd koupletten lang was. en de groote Brahma hield het witte zonnescherm op. Toen echter het vijandelijke leger van lieverlede nader op den zetel der Kennisse aanrukte, vermocht geen der goden stand te houden en deinsden

Sluiten