Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ned.-Indische leger, terwijl Prof. ft. A. F. Molengraaff de belangen der geologie behartigde.

Uit den aard van hunne werkzaamheden vloeide voort dat de zoöloog en de botanicus meer vrucht van hunnen arbeid mochten verwachten wanneer zij een zeker getal stations uitkozen en van daaruit zoo omvangrijk mogelijke verzamelingen bijeenbrachten terwjjl daarentegen de geoloog een zoo omvangrijk mogelijk gebied wenschte te doorkruisen. Zoo hebben dan ook de Heeren Molkngraaff en Nieuwenhuis het leeuwenaandeel gehad in de werkelijke doorkruising van het eiland. In Juli 1894 zijn zjj beiden, in gezelschap van den controleur Van A ei.thuysen over de waterscheiding tot Penanei doorgedi ongeil, maar konden toen om verschillende redenen den tocht naar Samarinda niet voortzetten.

In October van datzelfde jaar is Dr. Molexgraaff uit het Kapoeas-stroomgebied dwars over het gebergte naar de Zuidkust doorgedrongen, daarbij hoogst belangrijke waarnemingen verrichtende gedurende een zeer bezwaarlijk verblijf van 44 uren op den hoogsten bergtop in dit gedeelte van Borneo, den Boekit Raja.

In 1896 heeft Dr. Nieuwenhuis den vroeger te Penanei gestaakten doortocht van West naar Oost op nieuw beproefd en toen met goed gevolg ten einde gebracht. Na een maandenlang verblijf bij Dajakstammen aan de Boven Mahakham bereikte hij in het begin van Juni Samarinda en zette daarmede de kroon op het door de Borneo-expeditie beoogde ondernemen.

Intusschen bleken de mogelijke politieke gevolgen van dezen met wetenschappelijke doeleinden ondernomen tocht veelbelovend te zijn. Reeds in Januari 1897 had Dr. Nieuwenhuis als volgt geschreven:

„En nu komt er nog een goed slot aan de geschiedenis en wel dat het voornaamste hoofd hier, Kwing Irang, mijn gastheer, zich met alle hoofden boven de

Sluiten