Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OPSTELLEN.

ook daarin gelijk, dat het verstand het mysterie hunner wording niet óm-vatten kan. Zijn enkele deelen als onstoffelijk-wazig en andere stoffelijktastbaar, dan is 't werk geen kunstgewrocht, niet omdat 't niet tot de kunst zou behooren, want dat doet 't wel, maar eenvoudig omdat 't niet één gewrocht, niet één gehéél van samenpassende deelen is. Nu moet ik echter zeggen, dat de vraag of een zeker werk een kunstgewrocht in bovenbedoelden zin is, mij eene van 'n tweederangs-belangrijkheid lijkt. Ik voel namelijk heel zeker, dat het hoogste genot, bij de contemplatie van kunst ondervindbaar, evenzeer tot ons komen kan uit een werk, dat géén gehéél is; en niet alléén uit elk zijner deelen afzonderlijk, maar ook uit de verhouding waarin zij — mits zij alle kunst zijn — tot elkaar staan, want deze verhouding, die zoo is, dat zij geen geheel kunnen vormen, is in-zich-zelve toch wel de manifestatie eener zielsbeweging, bijv. die van 't twijfelen en tastend-zoeken'), en 't zien van eene zielsbe-

2) Zielsbewegingen zijn altijd schoon, omdat 't zielsbewegingen zijn. Ook wanneer men, om bij benadering hun aard aanteduiden, hen moet benoemen, bij gebrek aan beter, met een naam, waaraan zich de voorstelling van iets leelijks verbindt, late niemand zich daardoor op 'n dwaalspoor brengen en denke zulk eene zielsbeweging niet schoon. — Naar aanleiding hiervan acht ik 't niet te onpas hier even dit op te merken: In zijn critiek op het treurspel „Ghetto" zegt de Heer van Deyssel o. a.: „Het is, zeg ik, zijn mooye zien, dat de kunstenaar

Sluiten