Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WONDERBARE WERELD.

weging is 't hoogst genot. Een philosophische school stelde zich de stoffelijke wereld voor

mij geeft. Hoe komt zijn zien zoo mooi? Omdat hij ziet met genegenheid. Hij vindt dit niet leelijk en slecht, hij vindt dit mooi en goed, want de mooiheid van zijn zien, het meest eigenlijke van zijn werk dus, is niets dan de omzetting of uitdrukking der genegenheid met welke hij ziet. En genegenheid heeft men voor dat wat men mooi en goed vindt." En verder: „... de kunstenaar... is daarom kunstenaar, wijl de wereld, hoe zij ook zij, zich tot hem verhoudt als een liefje tot haar beminnaar." De Heer van Deyssel meent dan ook, dat de Heer Heijermans zich vergist, indien hij denkt van 't leven, gelijk dat door hem is afgebeeld (in Ghetto), afkeerig te zijn: „Hij vergist zich. Men kan niet op deze wijze afbeelden, dat waarvan men afkeerig is." Toch zal, tegenover deze uitspraken van den grooten artiest en criticus, de Heer Heijermans, en naar ik geloof met 't goed recht der waarheid, blijven volhouden, dat hij wel afkeer van het door hem in „Ghetto" afgebeelde leven heeft. Maar het is tevens onwedersprekelijk waar, dat de kunstbeschouwer duidelijk ziet, dat de schrijver van dit werk bij 't scheppen verrukt was over iets moois, dat hij gezien heeft, èn dat hij dat zeer heeft lief gehad. Indien wij nu aannemen, dat de Heer Heijermans zich niét vergist, hoe is deze tegenstrijdigheid dan op te lossen? Mij dunkt, aldus: Het mooie, dat hij heeft gezien en liefgehad, was niet 't leven, dat hij afbeeldde, maar zijn eigen fraaie zielsbeweging, waarmede hij dat leven zoo doorvoelde, dat hij 't kon herscheppen in zijne kunst. Een kunstenaarsziel aanschouwt het leven en dóór-schouwt het, niet omdat zij dat leven liefheeft, maar omdat het haar nu eenmaal ingeboren is het leven te kunnen en te moeten doorvoelen. Komt zij tot bewustzijn van deze capaciteit, dan geraakt zij in verrukking en schept, en heeft z i c h - z e 1 v e

Sluiten