Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo n beetje in zich-zelf voort-gespeecht heeft

stad'S HJ aWUS: "laat Cindigen nu die gestadigheid, waarmede ik mij wendde nu rechts

an links, laat voortstevenen ik thans (men zou

zoo zeggen: wat 'n poehah, wie houdt je tegen

baar on H Br0edelet' C'» ""«erw!

baar, op den weg van alleenheid en rust, die voert naar t hG te heil) want; ^ eenzaamheid

mijn kracht, in stilte mijn heerlijkheid, in kalmte mijn wezen." Maar helaas onze dichter stevent

Tl V°°+rt' £n' Wat er^er is- blij" zelfs niet stil, geen toch inderdaad het eenige middel ware é eest om ziJn heerlijkheid niet te verliezen

hei Tr a,1S hij blijft °P ClaHe' die hiJ' door

verklll i v heeD' in sPro°kjesvorm z'n liefde verklaart: hij prins, zij prinsesje, 'r man de oude

omng houdt hij, mir nichts dir nichts, bij 't

naar bed gaan op blz. 149 dit monoloogje, en

nog wel zoo laat op den nacht, en zónder

n in igestie te krijgen: „Zou prinsesje dan nooit

legnjpen, dat ze verlaten moet eens den ouden

omng, om hem te volgen wien zij toebehoort toch, den prins?"

liikhÏT gC DU' bCSte l6Zer' de felle natuur"

lijkheid van een en ander goed in je hebt opgenomen en 'n paar maal de kamer hebt op-en-neer-gewandeld van verrukking, dat Holland zoó'n artiest rijk is, zullen we lekkertjes n stukje beschrijving gaan bekluiven. Van de zee: „ .. . en als ze even lachen wilde, ging ze

Sluiten