Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LIEDER DES GHETTO ').

Gedichten.

Dat zijn de groote menigten ontroerde woordgelaten, de alledaagsche, door 't leven begroezelde, doorvoorde, verweerde gelaten, nu naast elkaar boven de dicht samengeperste rompen öprekkend-om-te-zien met wijd-open, groot-glanzende oogen, plots in witte huiveringen van emotie verheerlijkt.

Dat zijn de koel-hooge, blank-blank-marmeren paleizen, de wijde, de stille; een tred, een stem van een ongezienen mensch maakt een verre echo erin; wijde, wijde marmeren zalen, zaal na zaal; wijde, wijde marmeren hallen, hal na hal, ver openliggend met laving van blankte voor den blijen gast en hier en daar een frischkoel-kleurige bloem, een stil-blinke fontein, die

koelte ruischt.

Dat zijn de oud-aziatische vazen, de eerstblanke vazen op wier ronding een kleurig too-

1) Autor. Übertragung aus dein Jüdischen von Berthold Feiwel mit Zeichnungen von E. M. Lilien. Berlin S. Calvary & Co.

Sluiten