Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kostbaren prijs. Het is een opperst-rijk leven van weelde-vreugde. Maar laat, na het feest, is er kalme contemplatie achter elk verlicht venster van mijn slot. In elke kamer beziet er een het lieve gekregen juweel. Allen slapen zij in gelukkig.

De opperste zangen kan ik niet lezen in-eendoor tot het einde. Zij overstelpen mij. De ontroering stokt mij in de keel. Ik adem in trillingen en hijgend. Ik moet het boek sluiten en doof de lamp. Dan word ik kalmer en stilgelukkig. Ik heb het bevonden goed te zijn, dat tijdhoogten, uurduinen verrijzen vóór de instróómende zee van verrukking. Want zij is al-geweldig.

De aandoening van smart, die iemand van een Kunstwerk krijgt, omdat het lot van menschen of volken daarin gebeeld mede-lijdenwekkend is, zal uiterst vluchtig zijn en bijna onmiddellijk wijken voor de bewonderings-béatitude, indien de aangedane mensch zóó is geaard, dat hij voor deze supreme emotie vatbaar is. Dat de criticus zulk een mensch moet zijn behoeft wel geen betoog want het is juist 't aan- of afwezig zijn van dit allerhoogste geluk-voelen, dat hem met zekerheid doet bepalen of een werk wel of niet is: künst. Eens

Sluiten