Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijders, handjes geeft en buigt, met de duizenden suffe, levenlooze, van onbeduidendheid-walgelijke gezichten, met de gemaniereerde beweginkjes der chique gestalten, met de geganteerde handjes harer zóóvele van -wanen -en -voedsel -volle -en-

overigens-leege, als-mummies-in-gouden-windsel-

tjes-gewikkelde leden. Och, wat n lijden steunt in dit boek. Het lijden van den proletariër, zich afbeulend in de sweating-shops van Amerika èn 't lijden van den Jood heen en weer gedreven over de wereld. Dit alles aan den lijve gevoeld door een mensch, die zéér diép voelen kan. Dit boek is eerbiedwaardig door zijne erin neergedragen smart. Maar — dit boek is géén kunst. Kunst ware 't geworden indien des schrijvers geest in majesteitelijke stijging zich los-wiekend uit zijne smart er boven ware gerezen en, zichzelf aanziende in de vrije omme-zon-enluchten-spiegeling — een stad, een landschap ziet zich-zelf een enkel maal zoo, verpuurd en schooner, boven zich, in de hooge lucht een goddelijke Ikheid had erkend in zich, en uit liefde tot dier schoonheid en uit onweerstaanbaren drang tot haar en haar alléén zich had gezuiverd van zijn lijden tot dit hem niet meer ware geweest dan wat stof om een lichaam uit te scheppen waarin hij ziele-adem van schoonheid blazen kon. Och, indien dit eens zóó ware geweest, zoo ik had mogen zeggen: ziet menschen, er is een tweede Jeremia uit mijn volk

Sluiten