Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de smartelijke dingen, welke erin besproken worden, niet zoo heel innig door den auteur doorvoeld zijn en zijn mede-lijden vèr, o, oneindig ver beneden dat van Rosenfeld gebleven is. Of nu de eerstgenoemde auteur bij zoo-veelheviger smart-voelen dichter zou gebleven zijn en of de laatstgenoemde — gesteld dat ook uit het oorspronkelijk werk zijn dichterschap niet blijkt — bij minder gruwzaam lijden dichter zou geworden zijn, — zie dit is een vraag door mij noch door een ander op te lossen, maar eene waarop nochtans wel de aandacht mocht gevestigd worden ter aansporing tot omzichtigheid bij de bepaling van de geestelijke waarde eener persoonlijkheid door middel van 't beoordeelen harer arbeid. De ontwijfelbaar groote figuur is die, welke wij zien zich keeren tot de schoonheid, al wordt hij door hevig leed gepijnd, want dan zien wij tevens dat zelfs dit groote leed niet bij machte was zijn ziel van het beschouwen harer eigen bewegingen af te leiden en dat de innerlijke wereld van dien mensch dus machtiger was dan de hem omgevende. „Maar," vraagt een naïeve lezer, „is een „dichter" dan niet altijd een „groote?" Neen, beste naïeve lèzer, bedenk je eens goed: er zijn immers zoo wéinig grooten en zoovéél dichters. Onthoud dit goed: als je iemand en profile ziet met een omhooggekamden kuif moet je niet zoo gauw denken, dat hij een mooi gevormd hoofd heeft.

Sluiten