Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeer goed ook de gedachten van vrouw Post onder den gang naar de branderij met 't lieve beeld van de kindertjes (blz. 184) en dat andere: „ . . . redeneeringen gingen tegen elkaar in in haar hoofd, en als een geboeid aanschouwer zat ze bij 't comediespel van hare gedachten, die telkens en telkens weer een zelfde rol repeteerden." Hare angst voor de Sluische, als de diefstal gebeurd is; haar onrustig verlangen om 'r te zien; het gesprek met de „wedevrouw". Uitstekend de gedachtengang van Post in den corridor van het patroonshuis, waar hij staat te wachten. Eerst zijn woede, daarna het bezwijken ervan onder den gezag-dwang van het huis. Maar bovenal in zijn voortreffelijkheid herinnerend aan het beste in Rondom 't Iriboeltje, hoe de patroon hem de deur uitloodst. Ik citeer hiervan een klein gedeelte: „Hij trad op de deur toe, en Post vond het ook tijd, om weg te gaan. Hij taste naar het slot. „ „"Wacht vriend, laat ik je's helpen." " De deur ging open, een stuk straat werd zichtbaar, maar voor Post z'n oogen, als voor iemand met goeie oogen, die door een bril kijkt, wemelde de straatsteenenmozaïek, en op de traptreetjes van de stoep, met z'n pet nog in de hand, zocht hij bukkend de straat, achter 'm in de deuropening, hoogrecht-op in postuur de patroon, als 'n druk op zijn nek, terwijl de stilte in de ontsloten gang als jagend hem uitdrijvend, zich zuiverde. Pas op

Sluiten