Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooveel voortreffelijks kunnen opnoemen, maar — eens moet ik immers eindigen. Tot slot wijze ik nog op de inkomst der Duitsche muzikanten, hun staan en dat van 't om-hen-heene volk; benevens op 't goed gevoelde beeld (blz. 213), wen Post z'n gezelligheidsstemming zoo plots door de praatjes van de „wedevrouw" versombert.

Een voorrede van den Kunstenaar, wiens werk Hartog zoo lief was, begeleidt zijnen arbeid, een voorrede klaarblijkelijk sober gehouden in het bewustzijn, dat het boek van den gestorven vriend voldoende zelf voor zich spreken zal. Moge dit prachtwerk van een uit-het-volk-voortgekomene, voor de onterfden geleefd en met hen gevoeld hebbende, in de handen van velen hunner komen en blijven als een kostbaar bezit. De vlam zijner schoonheid ontstak hij door de samenwrijving van het dorre hout hunner bloemlooze levens. De drabbige olie hunner bestanen voedt hier een heerlijk licht. Dat het dan brandend blijve in de woningen der proletariërs, voor altoos.

Augustus 1903.

Sluiten