Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

licht; maar, maar, wat zouden ze donker worden en al hun licht uitgaan zonder boeh of bah, als die kracht er 'ns niet meer was, hoe zouden ze plots stillestaan in hun trotsche opvaart, en al die mooie passagiertjes, eruitgeloopen, alledaagsche wezentjes blijken met wel 'n vlekkige jas of 'n afgetrapte pantalon, natüürlijk, de een thuishoorend bij de markt en de ander bij de beurs en de derde, op z'n best, houdend van 'n schwarmerisch tuintje-met-maneschijn, maar niet één, die ooit den Parnassus betreden of zelfs maar 'n tiptje van der Muzen gewaden in de verte had gezien.

Waarom ik dat alles schrijf bij dit beoordeelinkje van des heeren van Scheltema's Zwerversverzen ? Eenvoudig omdat ik zeker weet door dit werk ertoe te zullen komen dezen dichter maar een zeer middelmatig artiest te noemen en toch om den dood niet zou willen hebben, dat mijn lezers hem niet zeer veel hooger zullen achten dan al die aardige heertjes, die de periodieken onveilig maken en door hen, tien tegen een, toch voor heel vol worden aangezien, omdat ze niet zoo los doen, deftiger zijn dan de heer Van Scheltema, terwijl ze in waarheid met hun geheele artistieke inventaris de oude sloffen van diens dichterschap niet zouden kunnen betalen. De heer Van Scheltema is in elk geval iemand. Dat hij nu echter geen bijzonder hoog en belangrijk iemand was toen hij deze verzen schreef,

Sluiten