Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou zijn, dat 't het ergste zou doen vreezen omtrent de letterkundige hoogte, waarop de bewoners der „betere gewesten" zich bevinden. Ik wil wel bekennen, dat ik bij de bloote idéé nog heviger bang word voor den dood dan 'k 't ooit geweest ben, want als dit al van Potgieter is overgebleven, hoe moet 't er dan wel uitzien met al de andere auteurs, die bij hun leven a! geen fatsoenlijk woord op papier konden zetten en met wie je daarginds toch, als collega, wil je niet onbeleefd zijn, wel converseeren móet. Hoe het zij, authentiek of vervalscht, het stuk is een voortzetting van Potgieter's „Jan, Jannetje en hun jongste Kind", waarin in de figuren van Jan en Jannetje het Hollandsche Volk als geheel, als stam gepersonifieerd wordt; in hun zonen Jan Compagnie, Holland als koloniale mogendheid; Jan Contant en Jan Crediet als handeldrijvende natie; Jan de Poëet, de Hollandsche dichtkunst; Jan Hagel, Jan Rap en zijn Maat, de lagere standen en het grauw; Jan Cordaat, het leger, enz. enz. Verscheidene personen komen in het u nu aangeboden vervolg voor, andere weer niet, één is na Potgieter's dood geboren. Is het werkelijk Potgieter's geest geweest, die het mij, dan in trance — dus zonder dat ik 't wist — heeft doen schrijven, dan begrijp ik nog niet, waaraan ik die eer te danken heb en waarom hij t comité, dat zich met het inzamelen van geld

Sluiten