Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arabesken, het gebloei van bloemen over woorden-ballustrade: zaagt ge nooit hoe het gelaat der over haar zich tot U neigende, öp haar steunende Gedachte dan daardoor schooner leek? Ja, ja, gij zaagt het, de herinnering doorblinkt nog uw oog. Maar vriendlief, ook dit wilde ik u nog zeggen, ik geloof, 'k ben voor U wat duister, wat schijnbaar langwijlig soms3). Dat was ik op aarde al. Ik zeide de dingen vooral om de schoonheid van 't zeggen, zooals oudfransche edellieden duelleerden om de schoonheid der bewegingen, het vluchtig degengeflits. Ik had de schoonheid lief en deed haar liefs op mijne wijze, onbekommerd of anderen mij lazen of niet.... Ach, ik meende toen, dat ik dien prins, dien koning, dit en dat en dat en dit beminde . ., . goden van één tijd, een dag! Nu weet ik beter, ik bestreefde in het binnenst van mijn hart één enkel wit: iets schoons te denken en te uiten. Kunt ge dit begrijpen? Luister naar uw tijdgenootelijken dichter, die het zoo prachtig heeft gezegd:

't Schoone is 't Schoone al loont het met geen lachjes Wie blijdschap vinde in lief-zijn, en zachtjes Liefde aan 't Schoone om 't lief-zijn doe 4).

Ja, ik nam mij den tijd, om iets te beelden. Ik

3) Of ik wel gelijk had, jelui te waarschuwen. De pseudo- of echte Potgieter voelt het zelf.

4) Willem Kloos. Verzen 1 blz. 61.

Sluiten